--- NAVIGATIE ---

Reyloff Jans



   

 


 

Reyloff Jans


Man. Wonende te Mantgum als boer.

In 1586 (HvF III6 354) protesteert Reyleff Jansz te Mantgum bij een decretale verkoping van land te Britswerd vanwege zijn vordering van 100 daalders.
In 1611 (HvF WW6 461) hervat Wigle Buygers uit naam van zijn vrouw Elysabeth van Ockingha het proces van wijlen haar vader Lolle van Ockingha tegen Jan Symonsz te Mantgum. Het gaat over huuropzegging van de sate te Mantgum die Jan Symonsz gebruikt en waaronder patronaatslanden vallen. Voorheen, aldus Jan, was zijn vrouws broer Jouw Reyloffs hier boer en ook haar voorouders langer dan 100 jaar. Jouw had de huizing verkocht aan Jan Symonsz voor 2500 goudg. met instemming van impetrants moeder His van Heringha die daarbij 150 goudg. als geschenk kreeg. Ook had Reyloff Jans haar indertijd geld geleend. Het Hof acht impetrant niet bezwaard en veroordeelt Wigle in de kosten.
In 1621 (HvF WW12 559) procedeert Jan Simens te Mantgum vanwege zijn vrouw Dieuw Reyloffsdr en vanwege Douwe Seerpsz Andela die mede-erfgenaam was geworden van zijn vrouw Tyedke Pieters Popma en voor de overige erfgenamen van Reyloff Jansz te Mantgum tegen Viglius van Buygers als man van Elisabeth Ockinga die erfgename was van Rixt Jans Hoytema, weduwe van Sasker Heins over een schuld van 10 januari 1569 van 200 goudg. van die Rixt bij Reiloff Jans en vrouw. Jan had tot 1611 jaarlijks 14 goudg. ingehouden op zijn landhuur [kennelijk de rente van die lening]. Jan wordt niet ontvankelijk verklaard. Commentaar:
Gewetensvraag: is bovenstaande Reyleff Jansz dezelfde als die welke eerder te Lutkewierum leefde? De bovenstaande is in elk geval onze man aangezien diens schoonzoon Jan Simens in 1620 voogd is over de kinderen van diens zoon Jan. Ik denk van wel maar rapporteer beiden toch maar apart. Beetje slordig, maar er was in 1620 nog een voogd Dueckle Gerrytz te Bozum die ik nog niet recht kan thuisbrengen. Op deze plaats wat we van hem aan de weet kwamen.

In 1583 (RA BAA P1 167) bewoont Doeckle Gerryts een saete te Bozum.
In 1600 (HvF YY19 46) procederen Willem Gerryts en Gerben Dyurres te Leeuwarden als voogden over de weeskinderen van Jancke Dyurres tegen Doeckle Gerryts te Bozum over een vordering uit 1598 van 116 goudg.

In 1603 (HvF WW4 346) Peter Reiners te Leeuwarden contra Doeckle Gerryds te Bozum over een vordering uit 1600 van 33 goudg.
We kunnen dus nog niet inzien hoe hij oom was van de kinderen van Jan Reyloffs. Schakelen we nu weer over naar die vroegere vermeldingen van (onze?) Reyleff Janz.
? Reyleff Janz, te Lutkewierum, trouwt Geert N.N., overl. na 1573.
In 1543 (Benificiaalboek 394, 396) bezit de patroon van Lutkewierum 40 pm in de sate van Reyleff Jansz aldaar, de patroon van Itens 12 pm en ook de prebende een stukje land.

In 1545 (RA HEN K2 32) koopt het convent van Thabor 4 pm te Lutkewierum in de sate van Reyleff Jansz van het convent Oldeklooster.
In 1552  is Reyloff Jansz te Lutkewierum weerbaar met roer en degen.
In 1573 (RA HEN K4 245v)  zal Harmen Reileffz te Lutkewierum vanwege zijn moeder Geert Reileff weduwe de patroon van Itens 28 pm in hun sate "oppe landt" in vrijheid laten maar er is ook een optie dat hij huurder ervan blijft.
In 1574 (RA HEN K4 682, 692) Jan en Harmen Reyleffz contra Sicke Albade. Uit dit huwelijk:
1. Harmen Reyleffz, boer te Lutkewierum 1573.
2. Jan Reyleffz.


 

 

 





Personen gerangschikt op voornaam, achternaam of geboorteplaats, klik hier
Zoeken naar personen: hier

Home: http://www.ysa.nl/sta-data
E-mail: info@sta-data.nl

Sponsor: www.boekhoudprogramma.nl